Ziekenhuisbevalling: hoe gaat dat?

In Nederland kan je, bij een normaal verlopende zwangerschap, kiezen uit een thuisbevalling of een poliklinische ziekenhuisbevalling. Nederland is een van de weinige Westerse landen waar vrouwen kunnen kiezen tussen thuis of in het ziekenhuis bevallen.

Deze keuze komt echter steeds vaker onder druk te staan, onder andere door een stijging van de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen aan kinderen beginnen en door een toename in het aantal meerlingenzwangerschappen als gevolg van vruchtbaarheidsbehandelingen.

ziekenhuisbevallingDe ziekenhuisbevalling

De ziekenhuisbevalling kan je ruwweg indelen in 2 categorien: de bevalling met medische indicatie en de poliklinische bevalling.

Poliklinisch bevallen

Dit is de ziekenhuisbevalling zonder medische indicatie: er worden geen problemen verwacht, het is geen meerlingenzwangerschap. Er is dan geen gynaecoloog aanwezig, je wordt begeleid door een verloskundige die geholpen wordt door een verpleegster of (jouw) kraamhulp.

Vanaf de 7de maand zet je een vluchtkoffertje klaar met alle noodzakelijke spulletjes en papieren om naar het ziekenhuis te vertrekken.
Wanneer je polyklinisch wil bevallen moet je thuis toch de nodige voorbereidingen treffen, stel dat je toch onverhoopt thuis bevalt of op het laatste moment van gedachten verandert. Dus vanaf 7 maand moet je bed op klossen staan en haal je dus ook een kraampakket in huis.

Je kunt voor polyklinisch bevallen ‘inschrijven’ vanaf 3 maanden zwangerschap. In feite zal je samen met je verloskundige een kraamkamer ‘huren’ in het ziekenhuis.

Een poliklinische bevalling begint eigenlijk net als een thuisbevalling: de weeën beginnen thuis en je belt de verloskundige wanneer je gedurende een uur om de 5 minuten weeën hebt, of wanneer de vliezen breken. De verloskundige zal meestal een paar keer thuis komen kijken hoe de ontsluiting vordert, zij beslist dan wanneer het ziekenhuis verwittigd wordt en wanneer jullie vertrekken. Meestal ga je pas tijdens de ontsluitingsfase (5-6 cm ontsluiting) naar het ziekenhuis, je zit dus altijd met weeën in de wagen. Hou er rekening mee dat je zelf voor vervoer naar het ziekenhuis moet zorgen.

In het ziekenhuis beschikt de verloskundige over dezelfde instrumenten en hulpmiddelen als bij een thuisbevalling. Wanneer de verloskundige problemen vaststelt tijdens of na de geboorte dan zal ze een gynaecoloog of kinderarts opbellen. Het kan even duren eer zij ter plaatse zijn maar jij hoeft je niet te verplaatsen, wat een belangrijk voordeel is bij complicaties.

Wanneer de bevalling zonder veel problemen verlopen is mag je na enkele uren alweer naar huis.
Voor een polyklinische bevalling moet je wel rekenen op een meerkost, vraag dit op tijd na bij je verzekering. Heel wat ziekenhuizen organiseren voorlichtingsavonden, deze zijn zeker aan te raden wanneer je voor een ziekenhuisbevalling kiest.

Wat is er mogelijk qua pijnstilling?

De pijnstilling die mogelijk is voor een thuisbevalling is natuurlijk ook in het ziekenhuis beschikbaar: de meeste verloskamers zijn uitgerust met bad en/of douche, TENS is mogelijk (vraag het wel op voorhand) en alternatieven zoals massage, aromatherapie, enz. kan je zelf voorzien.

Bij een ziekenhuisbevalling is epidurale verdoving ook een mogelijkheid. De ruggenprik moet uitgevoerd worden door een anesthesist, informeer op voorhand want niet alle ziekenhuizen hebben steeds een anesthesist ter plaatse. Of je al dan niet een ruggenprik zal krijgen hangt af van het beleid dat je ziekenhuis hierrond voert, van je gynaecoloog en de anesthesist, en natuurlijk van de omstandigheden tijdens de bevalling. Onthoud dat het in Nederland, in tegenstelling tot de buurlanden, niet gebruikelijk is van een ruggenprik te krijgen.

Ziekenhuisbevalling met medische indicatie

Soms is het omwille van medische redenen noodzakelijk om in het ziekenhuis te bevallen, vaak spreekt men van een klinische bevalling of bevalling met medische indicatie. Redenen voor een klinische bevalling zijn onder andere:

  • Hoge bloeddruk
  • Keizersnede bij eerdere bevalling
  • Stuitligging
  • Meerlingenzwangerschap
  • Prematuriteit (vroeger dan 37 weken)
  • Serotiniteit (langer dan 42 weken)
  • (Zwangerschaps)diabetes
  • Schildklierafwijkingen
Wanneer je naar huis mag hangt ervan af hoe de bevalling verlopen was, en natuurlijk of je kindje(s) onderzoeken (al dan niet gerelateerd met de medische indicatie) moet ondergaan. Bij premature of meerlingenzwangerschap is het natuurlijk mogelijk dat je kindje een tijdje in de couveuse moet.

Keizersnede

Bij een keizersnede gebeurt de verlossing operatief, via de buikwand. Keizersnedes gebeuren in Nederland enkel wanneer daar een medische noodzaak voor is. Dit kan ofwel reeds voorzien zijn tijdens de zwangerschap of met spoed beslist worden tijdens de bevalling.

Redenen voor een keizersnede, voorzien tijdens zwangerschap:

  • Baby kan niet vaginaal geboren worden want baringskanaal te nauw, baby te groot of stuitligging.
  • Risico op infectie met bv. HIV
  • Mogelijk problemen door combinatie resusfactor moeder en kind.
  • Meerlingen met ongunstige ligging.
met spoed beslist tijdens bevalling:

  • Navelstreng uitgezakt.
  • Hartritme van de baby zwakt sterk af tijdens de bevalling.
  • Baarmoederhals zet onvoldoende of te traag uit.
Een keizersnede gebeurt meestal onder lokale verdoving, met een ruggenprik, maar kan soms ook onder volledige verdoving gebeuren. Meestal kan de partner in de operatiekamer aanwezig zijn bij de geboorte. Voor een keizersnede moet je toch rekenen op een 5-tal dagen hospitalisatie.

« | »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *